De Rijksoverheid werkt samen met het bedrijfsleven aan een duurzame economie. Dit is een economie die groeit met respect voor mens, milieu en maatschappij. De overheid geeft bijvoorbeeld subsidies aan ondernemers die duurzame producten maken of sluit ‘green deals’ met bedrijven. Dit zijn afspraken over duurzame bedrijfsvoering. De overheid geeft ondersteuning aan bedrijven die maatschappelijk verantwoord willen ondernemen. Bijvoorbeeld met kennis via de website MVO Nederland.

Nederland staat onder druk om de energie doelstellingen uit het energie akkoord van 2014 te realiseren. Deze zijn na het klimaatakkoord van Parijs nog actueler geworden. Harde afspraak in dit akkoord is dat de aarde niet verder dan 2 graden Celsius mag opwarmen ten opzichte van het niveau van voor de industriële revolutie.

 

Als ondernemer bent u verplicht om hier aan bij te dragen.

Welke maatregelen kunt u nemen? En hoe komt de overheid u als ondernemer tegemoet?

 

Activiteiten besluit Milieubeheer.

Het Activiteiten besluit van 19 oktober 2007 heeft (de meeste) ondernemingen onder een algemeen regime gebracht met betrekking tot milieuwetgeving. Voorheen moest elke onderneming losse vergunningen aanvragen voor activiteiten met invloed op milieu gerelateerde aspecten.

 

Energiebesparende maatregelen.

Als aanvulling op de Wet Milieubeheer en het Activiteiten besluit is in november 2007 bepaald dat inrichtingen (bedrijven) met een minimaal verbruik van 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 gas verplicht zijn alle energiebesparende maatregelen te nemen die ook binnen 5 jaar terug te verdienen zijn. Dit besluit is vastgelegd in de Activiteiten regeling. Door verschillende omstandigheden is daar tot op heden weinig op gehandhaafd, maar met de recente ontwikkelingen en het klimaatakkoord van Parijs is daar verandering in gekomen.

Om deze handhaving mogelijk te maken is er in december 2015 een erkende maatregelenlijst opgesteld voor een aantal branches. Deze maatregelenlijst heeft als doel om het voor u als ondernemer inzichtelijker te maken maar voor de handhaver van de wet levert het duidelijkheid op. Het beperkt het risico op discussies of u wel of niet voldaan heeft aan de wet. In de lijst staat namelijk precies beschreven welke maatregel een terugverdientijd heeft en of deze dan ook binnen 5 jaar terug te verdienen is.

 

De sectoren waarvoor nu deze maatregelenlijst bepaald is, zijn:

• metaal-elektro en MKB staal

• autoschade herstelbedrijven

• gezondheidszorg en welzijnszorginstellingen

• kantoren overheden en defensie

• onderwijs

• commerciële datacenters

• rubber en kunststofindustrie

 

De audit als aanvullende eis op ‘large enterprises’

Een aanvullende eis op het gebied van energiebesparing is er voor bedrijven die volgens de wet gecategoriseerd kunnen worden onder de noemer ‘large enterprises’. Dit betreft bedrijven die meer dan 50 miljoen euro omzet generen, 43 miljoen euro balans totaal, of meer dan 250 medewerkers in dienst hebben. Deze ‘large enterprises’ zijn verplicht eens per 4 jaar een energieaudit uit te voeren. Wanneer het bedrijf onder het activiteiten besluit valt, moeten de besparingsmogelijkheden die uit de audit volgen, opgevolgd worden onder dezelfde voorwaarden als hierboven beschreven (binnen 5 jaar terug te verdienen). Verder heeft de audit ook tot doel om bewustwording omtrent energie-efficiency bij deze grote bedrijven te stimuleren.

 

Besparingspotentieel biedt ondernemers kansen.

Ondernemers worden steeds meer verplicht om energiebesparing binnen hun onderneming en binnen verschillende bedrijfsprocessen toe te passen. Deze maatregel vanuit de overheid omtrent energiebesparing is echter niet de zoveelste bepaling waar ondernemers aan moeten voldoen. Deze bepaling biedt namelijk ook kansen. Energie is een forse kostenpost voor veel ondernemers en besparingen hierop zien ondernemers direct of binnen 5 jaar terug in hun portemonnee.

 

Overheid komt ondernemers tegemoet via subsidies.

Naast dat de overheid verplichtingen opwerpt voor energiebesparing biedt het ook een helpende hand in de vorm van subsidies, goedkope leningen en andere stimuleringsmaatregelen. De belangrijkste regeling is de EIA (Energie Investering Aftrek). De EIA geeft u de mogelijkheid om 58% van uw investeringskosten in verduurzaming van uw winst af te trekken. Een flink belastingvoordeel dus. Naast de EIA zijn er ook vergelijkbare subsidies, zoals bijvoorbeeld de Vamil en de MIA. Sommige van deze subsidies zijn zelfs in combinatie met elkaar mogelijk.

Hieronder een kort rekenvoorbeeld met de EIA:

Stel u investeert in een bedrijfsmiddel ter waarde van € 150.000, dat specifiek omschreven staat op de Energielijst. Dit betekent dat deze investering in aanmerking komt voor EIA subsidie. Het gevolg hiervan is dat u € 87.000 (58%) extra mag aftrekken van de fiscale winst. Omgerekend naar een normale subsidie betekent dit een (bruto) subsidie van circa € 29.000, uitgaande van een winstbelastingtarief van 25%. Valt uw onderneming onder een hoger winstbelastingtarief dan ligt dat fiscale voordeel dus nog veel hoger.

Bron: fiscale-subsidies.nl

De SDE + subsidie Heeft u affiniteit met het zelf opwekken van energie, dan is misschien de SDE + subsidie interessant. Deze subsidie is bedoeld om grootschalige opwekkingsprojecten te ondersteunen (voorwaarde is dat u een grootverbruikaansluiting = 3×80 A heeft). De overheid voorziet in een extra bijdrage voor de opgewekte energie. In de subsidiepot van SDE + voor 2016 zit momenteel 8 miljard euro. Uiteraard is deze subsidie niet geschikt voor iedereen, dit gaat echt om omvangrijke projecten (meer dan 15 kWp teruglevering). Er zijn meerdere categorieën: biomassa, geothermie, water, wind en zon. Op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) leest u er meer over. Ook lokale overheden bieden vaak subsidies aan.

Via wet- en regelgeving wordt bepaald dat ondernemers energiebesparende maatregelen moeten nemen. Deze bepaling levert voor u als ondernemer ook kansen op. Uw Energie Beheer adviseert u graag over welke maatregelen voor compliance zorgen en tevens maximaal bijdragen aan het structureel verlagen van uw energiekosten.

Energielabel voor bedrijfspanden, nu en in de toekomst

Wat is het energielabel?

Het energielabel geeft een indicatie, ook wel de energieprestatie genoemd, van het energieverbruik en de mate waarin energiebesparende maatregelen zijn genomen in het pand. Op deze manier wil de overheid bedrijven stimuleren om minder energie te verbruiken. In de komende jaren zal de regelgeving worden aangescherpt. Zo moeten vanaf 2023 alle kantoorpanden in het bezit zijn van minimaal een ‘groen’ C label. Panden met een D, E, F, of G label mogen dan niet meer worden gebruikt. Ook de bankensector zit niet stil. De ING bank heeft laten weten vanaf dit jaar alleen nog panden te financieren die een groen label hebben of een verduurzamingsplan kunnen laten zien. Werk aan de winkel dus voor het Nederlandse bedrijfsleven om in de toekomst te kunnen voldoen aan de groene standaard.

Wanneer is een energielabel verplicht?

Op het moment is het zo dat de verplichting geldt voor bedrijven die hun bedrijfspand willen verkopen of verhuren. Ook nieuwe panden die worden opgeleverd moeten over een energielabel beschikken. De regeling is van kracht voor panden met een grootte van 50 vierkante meter of meer. Het gaat hierbij om onder meer, kantoorpanden, winkelpanden, bedrijfspanden, supermarkten, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Panden met alleen een industriefunctie en monumentale panden hoeven geen energielabel te hebben. Ook bedrijfspanden met een huurcontract dat voor 2015 is afgesloten, vallen buiten de regelgeving.

 

Wat gebeurt er als een bedrijf niet aan deze verplichting voldoet?

Sinds 2015 controleert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) op de aanwezigheid van een energielabel bij de huur, verkoop en oplevering van een bedrijfspand. Wie niet in het bezit is van een energielabel kan een boete tegemoet zien. Dit kan variëren van zo’n 400 euro bij een particulier tot wel 20.000 euro bij een stichting of B.V. Ook kan er een dwangsom worden opgelegd zodat alsnog een energielabel moet worden overlegd. 

Wat kost een energielabel, hoe kom ik eraan en hoe lang duurt dit?

Eigenaren van een bedrijfsgebouw krijgen in tegenstelling tot woningeigenaren geen voorlopig energielabel. Ze moeten dus zelf een gekwalificeerde deskundige inschakelen om het pand te inspecteren en zo een energielabel te verkrijgen. Heel veel moeite hoeft dat niet te kosten. Er is de laatste jaren namelijk een flinke groei te constateren op de markt van aanbieders van energielabels. Een EPA-U deskundige is dan ook vrij snel gevonden. Hoe groter de oppervlakte van het pand, hoe hoger de kosten zijn voor de aanvraag van een energielabel.

Energielabel in de toekomst

Waar moet een energielabel in de toekomst aan voldoen?

Met het oog op een schoner milieu en energiebesparing zal ondernemend Nederland in de toekomst met een strengere regelgeving te maken krijgen. Panden die laag scoren en niet minimaal het label C hebben, moeten er ernstig rekening mee houden dat het pand onbruikbaar zal worden verklaard.

Welke invloed heeft een energielabel op het financieringsbeleid van een bank?

Ook banken spelen op deze trend in. Bedrijfspanden die niet aan de normen voldoen, worden minder waard, zo realiseren zij zich. Huurders zullen in de toekomst namelijk steeds vaker gaan kiezen voor ‘groene’ panden. Met als gevolg dat de panden die weinig aan verduurzaming hebben gedaan, meer leeg zullen komen te staan, waardoor de waarde ten opzichte van panden met een groen label zal dalen.
Moeten kantoorpanden in 2023 al minimaal een C-label hebben, de kans is groot dat de overheid dit verder zal aanscherpen. Zo zijn er plannen om dit in 2030 te verhogen naar een verplicht A-label. Het is dus zaak voor bedrijven om op deze ontwikkelingen te anticiperen.

Hoe kan ik mijn energielabel verbeteren?

Milieubesparende maatregelen zijn vaak minder ingewikkeld dan het misschien op het eerste oog lijkt. Zo kan het pand in veel gevallen met enkele eenvoudige ingrepen al een C status verkrijgen. Bedrijven zullen vooral moeten letten op een goede isolatie van het pand, investeren in zonnepanelen, meer gaan kiezen voor energiezuinige verlichting, en gebruik maken van energiezuinige verwarmingsketels.
Uiteindelijk verdienen die energiebesparende maatregelen zichzelf relatief snel weer terug.

De groene uitdaging

Daarnaast heeft ‘groen ondernemen’ sowieso de toekomst. Bedrijven die het niet zo nauw nemen met het milieu en het zuinig omspringen met energie, zullen door de samenleving steeds minder vaak worden getolereerd. Een bedrijfsstrategie ontwikkelen die is gericht op meer energie besparen en bedrijfspanden verduurzamen, is dan ook een belangrijke uitdaging voor de ondernemingen van nu en de nabije toekomst.